Suske, Wiske en Lambik nemen de trein naar Antwerpen. Tijdens de rit meent Wiske een inbreker te zien bij het postkantoor en trekt aan de noodrem. Als ze ter plekke komen blijkt er geen spoor van de inbreker te zijn, noch van de inbraak. Tante Sidonia haalt Suske, Wiske en Lambik af van het politiebureau.
De volgende dag lezen ze in de krant dat er een diefstal heeft plaatsgevonden in het postkantoor. Suske, Wiske en Lambik horen ter plekke dat de slotenmaker verdacht wordt en besluiten hem een bezoek te brengen. Daar lijkt niemand thuis te zijn, al ziet Wiske wel een gordijn bewegen. Omdat er meerdere nieuwsuitzendingen aan de inbraken worden gewijd, besluiten Suske en Wiske terug op onderzoek uit te gaan bij de slotenmaker, maar ze worden van de plaats weggestuurd. Terwijl ze hem achtervolgen komen ze Van Zwollem tegen, een ontsnapte gek die ze van vroegere avonturen kennen. Ze brengen hem per taxi terug naar het kasteel van zijn dochter.
Suske en Wiske blijven op het kasteel van Anne-Marie Van Zwollem logeren en zien op tv dat een tekenaar van Studio Vandersteen een tekening van de inbreker, "de Gladde Glipper", heeft gemaakt. Wiske herkent de slotenmaker op de tekening. De volgende dag trekt Wiske met vader Van Zwollem naar de kelder van het kasteel. Annemarie Van Zwollem vertelt dat er vroeger een slechte tovenaar, Ikismus, in het kasteel woonde die mensen naar zijn kelder lokte en hen dan een slecht karakter gaf. Ikismus hield ook een dagboek bij en Van Zwollem is hiernaar op zoek. Hij komt bijna om wanneer de kelder instort, maar Lambik en Jerom, die langskomen op het kasteel, weten hem te redden. De vrienden besluiten naar professor Barabas te gaan om in het verleden naar het dagboek te zoeken, maar Jerom heeft tante Sidonia beloofd te helpen bij de grote schoonmaak. Bij Barabas worden ze naar Herentals anno 1798 geflitst, tijdens de Boerenkrijg.
De vrienden overnachten bij een pachteres, maar de Gladde Glipper breekt 's nachts in. De inbreker weet echter weer te ontsnappen door Lambiks domheid. Hier vernemen Suske, Wiske en Lambik dat de moeder van de inbreker uit het dorp werd verstoten vanwege de misdaden van haar zoon. Lambik besluit zich als Franse soldaat (sansculotte) te vermommen, maar wordt dan door de Vlaamse Boerenlegers gearresteerd en naar rebellenleider Emmanuel Jozef Van Gansen gebracht. Na een woordenwisseling worden de Boeren aangevallen en raakt Suske gewond. Om te tonen dat hij aan de kant van de Boeren staat, laat Lambik een Frans militair kamp via buskruit de lucht in vliegen. Hierop worden hij, Suske en Wiske weer vrijgelaten. Tijdens hun tocht naar het dorp zien ze hoe een oude vrouw wordt lastiggevallen door pestende kinderen. Suske en Wiske redden haar en het blijkt dat zij, Stans, de moeder van de Gladde Glipper is. Ze vertelt dat ze als dienstbode in het kasteel van de Franse generaal Chabert werkt en smokkelt hen naar binnen. Suske en Wiske doorzoeken de kelder, maar Lambik wordt dronken als hij met enkele soldaten gaat drinken. De kinderen ontdekken Ikismus' dagboek en lezen dat de Gladde Glipper Ikismus' laatste slachtoffer was. Via een onzichtbare draad is hij eeuwig met hem verbonden. Om deze draad en de kwaadaardigheid van de Glipper te verbreken moet een gouden schaar gebruikt worden die te vinden is als je "grijs" volgt naar "diep zwart".
Stans betrapt haar zoon bij een diefstal, maar als de generaal aankomt verstopt ze hem en krijgt zelf de schuld. Lambik slaapt zijn roes uit en ziet dan een grijze muis in een hol verdwijnen. Wiske begrijpt dat dit het "grijs naar diep zwart" is. Ze breken de muur open en vinden een kistje met de gouden schaar. Constance komt voor een vuurpeloton, maar de vrienden kunnen haar laten ontsnappen in het bos. Jerom komt in het verleden aan, verslaat de Fransen en keert dan terug naar huis samen met de overige vrienden. In het heden gaan Suske en Wiske op zoek naar de Gladde Glipper door een spoor van overvallen te volgen. Wiske weet uiteindelijk zijn draad door te knippen, waardoor de Glipper eindelijk een goed mens wordt en zijn ziel rust vindt.